Wat moeten aannemers en installateurs weten over NEN 2767 Conditiemeting gebouwde omgeving?

NEN 2767 is zo langzamerhand algemeen geaccepteerd als afwegingskader voor het maken van afspraken over onderhoudskwaliteit. De norm is bedoeld om de technische kwaliteit van gebouwen, installaties en infra op een objectieve wijze vast te leggen. Met de informatie worden middelen voor onderhoud bepaald en afwegingen gemaakt voor het plannen van de benodigde onderhoudsactiviteiten. Naast andere KPI’s wordt de conditiescore in contracten gebruikt om het gewenste kwaliteitsniveau vast te leggen en willen opdrachtgevers dat de status van de bouw- installatiedelen regelmatig tijdens de looptijd van het contract wordt vastgelegd. Die status meting kan worden gedaan door de opdrachtgever, de opdrachtnemer of een onafhankelijke deskundige inspecteur. Kennis over conditiemeting is nodig voor alle bij het contract betrokken ketenpartners om daadwerkelijk over de afgesproken onderhoudskwaliteit te kunnen communiceren. Deze kennis beperkt zich niet meer alleen tot de inspecties. Het is voor de aannemer/installateur aan te bevelen zelf ook kennis op te doen over de wijze waarop technische kwaliteit kan worden omschreven in contracten. Als de opdrachtgever de mogelijkheid biedt kan de aannemer/installateur hiermee eenvoudig meerwaarde aantonen in plannen van aanpak voor prestatiecontracten.

Hieronder wordt ten aanzien van NEN 2767 ingegaan op de rol van de inspecteur en de rol van contractmanager.

Rol van de inspecteur

De inspectie vindt plaats door goed opgeleide inspecteurs. De inspecteurs zijn opgeleid voor NEN 2767 of NEN 2767-BOEI. NEN 2767-BOEI is het uitvoeren van conditiemetingen inclusief aanvullende inspecties voor brandveiligheid, energie en de controle op wet- en regelgeving. De inspecteurs zijn opgeleid per discipline bouwkunde, werktuigbouwkundige installaties, elektrotechnische installaties en/of infra. De inspecteur leert gebreken en veroudering van bouw- en installatiedelen te herkennen en op basis van de omvang, ernst en intensiteit van deze gebreken de conditie te bepalen. De inspecteur is in dienst van de aannemer/installateur of is ingehuurd als onafhankelijk deskundige. Zowel bij inhuur als zelf uitvoeren is gedegen kennis van de methodiek nodig. Bij aanvang van een contract is een onafhankelijke statusmeting en het kunnen communiceren over de resultaten hiervan van cruciaal belang. Dit voorkomt veel discussie tijdens de looptijd en bij afronding van het contract.


Rol van de contractmanager

NEN 2767 is in principe niet ontwikkeld voor toepassing in (prestatie)contracten. De norm wordt op korte termijn nog wel geschikt gemaakt voor deze toepassing. Op dit moment kan de contractmanager al gebruik maken van de ervaringen die zijn opgedaan. In grote lijnen wordt conditiemeting op de volgende wijze naast andere KPI’s in contracten gebruikt:

1. Afspreken dat dat de conditiewaarde niet slechter wordt dan een 3.

Dit is meestal een te beperkte afspraak. Conditie zegt alleen iets over de ontwikkeling van de technische kwaliteit op lang termijn. Ook bij een goede conditie kunnen kleine gebreken voorkomen die bijvoorbeeld betrekking hebben op veiligheid en onmiddellijk moeten worden opgelost. De voorkeur is iets meer op te nemen over de achterliggende gebreken die de conditie bepalen.

2. Afspreken dat een bepaald onderhoudsniveau moet worden gehandhaafd.

Dat is al een betere afspraak. Hierbij wordt de te handhaven conditie gecombineerd met de aspecten van gebreken zoals opgenomen in bijlage D van NEN 2767. Het geeft een ontwikkeling van de technische kwaliteit op lange termijn aan en het geeft aan welke gebreken daarnaast op korte termijn moeten worden opgelost. Onderhoudsniveaus worden met name gebruikt voor beleidsvorming en vastgoedsturing (zie NTA 8026), maar zijn ook goed toepasbaar voor onderhoudscontracten.

3. Maatwerkafspraken op basis van opgenomen gebreken en output

Hierbij wordt nog wat dieper ingegaan op de geconstateerde gebreken en veroudering die ten grondslag liggen aan de conditiebepaling. Met conditiemeting is keurig aan te geven welke gebreken in welk stadium bij verschillende gebouwdelen en types installaties mogen voorkomen. De decompositie zoals opgenomen in de nieuwe norm NEN 2767-1 helpt bij het kiezen van de juiste opdeling. Er is reeds een model ontwikkeld om ook op ruimteniveau de kwaliteit vast teleggen door een combinatie te maken met de gewenste output van installaties en de functionele kwaliteit volgens NEN 8021.

Algemeen kan worden gesteld dat het voor aannemers/installateurs aan te bevelen is kennis te nemen van de vernieuwde NEN norm NEN 2767 Conditiemeting gebouwde omgeving om mee te kunnen werken aan contractvorming en statusmetingen (inspecties) tijdens de looptijd van contracten te kunnen (laten) uitvoeren.

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767

Over de auteur

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767
Roel werkt mee aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van conditiemeten. Hij is rapporteur van NEN 2767 conditiemeting en bestuurslid van NVDO, waar hij meewerkt met nieuwe ontwikkelingen op dit vakgebied. Daarnaast is Roel technisch directeur bij adviesbureau Helix. Ook is Roel lid van Platform Inspectiebranche. Roel wil de kennis niet voor zichzelf houden, maar inbrengen naaar de markt.