Nieuwe NEN 2767: rol goed opgeleide inspecteur wordt bevestigd!

Voor het meten van de technische kwaliteit wordt in (prestatie)contracten voor onderhoud meestal conditiebepaling volgens NEN 2767 voorgeschreven. In de eerste prestatiecontracten was dit nog een bijzaak. De opdrachtnemer (aannemer, installateur) liet zo goedkoop mogelijk conditiemetingen uitvoeren, omdat dit nou éénmaal in het contract werd gevraagd. Inmiddels zijn de inzichten gewijzigd. Jan Stoker schrijft in zijn artikel “Conditie & Onderhoudscontracten” van 23 juni 2016 over de rol van de inspecteur in prestatiecontracten en maincontracten. Voor het vaststellen van de status van bouw- en installatiedelen in de verificatieperiode speelt de inspecteur een belangrijke rol. In deze voorfase van het project zijn tekortkomingen immers nog onderhandelbaar. De inspecteur krijgt veel verantwoordelijkheid en moet kennis hebben van gebrekenregistratie volgens NEN 2767. Daarnaast betoogt Jan dat kennis nodig is van zogenaamde symptomen van gebreken. Dit zijn indicatoren die inzicht geven in toekomstige gebreken. Zowel de aannemer/installateur als de vastgoedeigenaar is gebaat bij een goede inspectie om financiële risico’s te kunnen beheersen. In de infra-wereld was al eerder duidelijk geworden dat een goede onafhankelijke inspectie voor alle partijen in de keten voordeel oplevert. Tijdens de looptijd van een onderhoudscontract moet deze deskundige onafhankelijke inspecteur kunnen worden ingezet voor monitoring van de kwaliteit, audit rondes en het vaststellen van de eindstatus bij afloop van een contract.

plaatje-1-roel

Het gebruik van de methodiek conditiemeting in (resultaatgerichte) onderhoudscontracten is één van de toepassingen die worden genoemd in de nieuwe NEN 2767 norm Conditiemeting gebouwde omgeving. Hoofddoel van de conditiemetingen is het objectief vastleggen van de technische staat van bouw- en installatiedelen op basis van waargenomen gebreken. De methodiek is in de vastgoed sector tot op heden het meest gebruikt voor de onderbouwing van meerjaren onderhoudsplanningen. Andere toepassingen zoals genoemd in de norm, worden meer en meer gemeengoed.

Eind 2016 wordt de nieuwe NEN 2767 norm voor de Gebouwde omgeving gepubliceerd. Dit is een samenvoeging van de normen voor gebouwen en infrastructuur. Vooral grote assetowners wilden de norm op een eenduidige manier kunnen toepassen voor conditiemeting van alle objecten in de gebouwde omgeving om zo onderhoudsuitgaven voor de gebouwen, wegen, groen e.d. tegen elkaar te kunnen afwegen. In het onlangs verschenen artikel “Optimalisatie in de Bouwketen (Vakblad VAM, NVDO)” gaat Roy Pillen van het Rijksvastgoedbedrijf in op de voordelen van één gezamenlijke norm en de rol van conditiemetingen in het bouwproces van nieuwbouw en beheer tot sloop. Naast het samenvoegen van de bestaande normen is een aantal nieuwe ontwikkelingen ingezet.

De belangrijkste doorgevoerde verbeteringen zijn:
·         decompositie
·         toepassing en gebruikers
·         aanscherping definities
·         uitleg methodiek meerdere gebreken
·         aanvullende inspecties
·         prioriteitsstelling en risico’s

Verder wordt gewerkt aan ontwikkeling van de aggregatiemethodiek, de gebreken dataset in deel 2 en het begrip verval (inschatting conditie op basis van de verouderingskromme).

Op drie van de nieuwe ontwikkelingen die tijdens de NVDO bijeenkomst op 11 november bij het Waterliniemuseum Fort bij Vechten aan de orde komen wordt hieronder verder ingegaan.

1.       Decompositie
Decompositie, de hiërarchische opdeling van objecten, is in de infrawereld en industrie al heel gebruikelijk bij de beoordeling van conditie van specifieke objecten. Het gaat om het kiezen van een standaard opdeling van gebouwen en infra objecten die voorafgaande aan de inspectie wordt vastgelegd en doorgezet tot uit eindelijke verwerking van de resultaten in bijvoorbeeld het centrale financiële systeem (SAP) van een organisatie. Met name bij grote hoeveelheden assets blijkt een goede opdeling van de infra objecten en gebouwen cruciaal. In de NEN 2767 is een standaard opdeling gekozen die in deel 2 de gebreken dataset volledig wordt doorgezet. Iedere beheerder/eigenaar van vastgoed is vrij het niveau van de decompositie te kiezen en indien nodig extra niveaus in te bouwen. De indeling matched volledig met de opzet van de nieuwe Nederlandse objectenstructuur CB-NL. Ziv Amit van ARCADIS geeft tijdens bovengenoemde NVDO bijeenkomst inzicht in praktische toepassingen van decompositie.

plaatje-decompositie-roel

2.       Aanvullende inspecties
In bijlage C van de nieuwe norm NEN 2767 zijn informatief de aanvullende inspecties opgenomen die een goed opgeleide inspecteur in combinatie met conditiemeting kan uitvoeren. Omdat conditiemetingen over het algemeen met een zekere periodiciteit worden uitgevoerd is het wenselijk zoveel mogelijk informatie over de objecten mee te nemen in de opname. Per discipline elektra, werktuigbouw/klimaat, infra en bouwkunde kan dan een centrale database worden opgezet en steeds met actuele informatie worden bijgehouden. Onder meer Bouwend Nederland maakt zich hard voor zo’n Centrale Database voor gebouwen. De goed opgeleide inspecteur kan hier een belangrijke rol in spelen. Onderstaand schema geeft de belangrijkste aanvullende inspecties weer.

roel1

De verzorgingsscore was al opgenomen in de huidige norm NEN 2767 deel 4.1 en wordt nog verder uitgewerkt in een NPR. De conditiemeting wordt nog meer een zuivere opname van de technische toestand van bouw- en installatiedelen. Esthetische zaken zoals graffiti, vervuiling en plantengroei op bijvoorbeeld een dak worden volledig opgenomen onder de verzorgingsscore. Het is aan te raden altijd een opname van de verzorgingsscore in combinatie met een conditiemeting uit te voeren.
Verder zijn de zogenaamde BOEI-aspecten opgenomen bij de aanvullende inspecties. Bij BOEI-opnamen die in de vastgoedwereld al gemeengoed zijn wordt naast conditiemeting voor onderhoud een opname brandveiligheid, een inspectie energieprestatie/ duurzaamheid en een controle op wet- en regelgeving gedaan. Voor BOEI wordt verwezen naar de handboeken van het Rijksvastgoedbedrijf. Op dit moment maakt het Rijksvastgoedbedrijf onder leiding van Vincent Faesen een update van de handboeken.
Een belangrijke aanvullende inspectie is de controle van de (arbo)veiligheid. De bouwwereld loopt hierin nog achter op de industrie en is bezig met een inhaalslag. De goed opgeleide inspecteur kan een voortrekkersrol in de benodigde informatievoorziening hebben. Het gaat dan om de veiligheid van de inspecties zelf, veiligheidsitems voor de gebruikers van assets en veiligheid voor de aannemers/ installateurs die op basis van de conditiemeting onderhoud moeten uitvoeren. De veiligheidsmeting in combinatie met conditiemeting wordt in 2017 in een NPR uitgewerkt. Rijkswaterstaat heeft al ervaring met dergelijk gecombineerde inspecties.

3.       Prioriteitstelling en risico’s
Bijlage D in de nieuwe norm “Aanvullende gebrekeninformatie voor prioriteitsstelling en kwantificeren van risico’s” wordt al op grote schaal toegepast in de vastgoedwereld met name als onderbouwing van vastgoedsturing. In de nieuwe norm is een relatie gelegd met de RAMSSHEEP-risicobeoordeling en zijn verschillende voorbeelden van toepassingen opgenomen. De bijlage is hiermee toegankelijk voor alle asset owners  met objecten in de gebouwde omgeving.
Een inspecteur geeft voor een aantal, vooraf bepaalde, aspecten de gevolgen aan van het niet oplossen van in het kader van de conditiemeting geconstateerde gebreken. Het belang van de informatie is voor invulling van asset management, het afwegen van prioriteiten en inschatten van risico’s, groot. Peter van der Landen van Helix geeft tijdens de NVDO bijeenkomst inzicht in de mogelijkheden van aanvullende inspecties en aanvullende gebrekeninformatie.

De vraag is wat de gevolgen zijn voor inspecteurs die zijn opgeleid volgens de huidige norm NEN 2767 Conditiemeting. De basis van de norm “De bepalingsmethode van de conditie van bouw- en installatiedelen” is niet gewijzigd. De inspecteur kan nog steeds een conditiemeting uitvoeren volgens de basismethodiek, die niet is gewijzigd, en de gebrekenlijsten opgenomen in deel 2. Een conditiemeting kan dus prima op basis van de reeds gevolgde praktijkopleiding worden uitgevoerd.

Het is wel zaak kennis te nemen van de nieuwe mogelijkheden om nog meer waarde te geven aan de informatie uit de inspecties. De behoefte aan deze informatie is zoals hierboven beschreven groot. De ééndaagse Cursus Actualiteiten NEN 2767-1 is een goede opstap om kennis te nemen van de nieuwe ontwikkelingen. Vanaf 2017 zijn voor de aanvullende inspecties verdiepingscursussen en bijscholingen in permanente educatietrajecten gepland.

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767

Over de auteur

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767
Roel werkt mee aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van conditiemeten. Hij is rapporteur van NEN 2767 conditiemeting en bestuurslid van NVDO, waar hij meewerkt met nieuwe ontwikkelingen op dit vakgebied. Daarnaast is Roel technisch directeur bij adviesbureau Helix. Ook is Roel lid van Platform Inspectiebranche. Roel wil de kennis niet voor zichzelf houden, maar inbrengen naaar de markt.