NEN 2767: invalshoek voor gebouwen en infra verschilt, methode niet

In 2002 is het initiatief genomen tot het opstellen van een norm voor conditiemeting van gebouwen: NEN 2767. In 2008 is hier een deel voor conditiemeting van infrastructuur aan toegevoegd. De toepassing heeft zich enorm verbreed. Op dit moment zijn we (een uitgebreide NEN- commissie met Helix/WVS als rapporteur) bezig één norm te maken voor de gebouwde omgeving.

Waar zit nu eigenlijk het verschil in toepassing tussen gebouwen en infra?

Bij gebouwen is het uitgangspunt van de norm de toepassing voor meerjarenonderhoudsplanningen en onderhoudsbudgettering geweest. Bij een conditiemeting voor een gebouw (of een groep gebouwen) legt de inspecteur gebreken en veroudering per bouwdeel vast. De onderhoudsmaatregelen worden in de tijd gezet en eens in de 3 – 5 jaar vindt een herinspectie met een update van het meerjarenonderhoudsplan plaats. Langzamerhand wordt meer verantwoordelijkheid voor onderhoud naar uitvoerende partijen geschoven en gebruiken beheerders de conditiemeting ook als kwaliteitscriterium in lange termijn onderhoudscontracten.

Een risicoanalyse van gebouwen is meestal achteraf. Een inspecteur vult de risico’s van het niet oplossen geconstateerde gebreken in. De beheerorganisatie bepaalt welke risico’s en welke condities voor de organisatie wel of niet acceptabel zijn, vaak afhankelijk van het budget voor onderhoud. Dit gebeurt per gebouw, per ruimte of per bouwdeel.
NEN 2767 kennisbank - Invalshoek verschilt

Bij infrastructuur (bruggen, viaducten, tunnels etc.) wordt de norm primair toegepast voor de vastlegging van de technische toestand de bouwdelen van een beheerobject. Dit gebeurt op bouwdeelniveau, waarbij beheerobjecten zoals bruggen en viaducten volgens een vast patroon gedecomponeerd zijn van complex naar beheerobject, element, bouwdeel en component. Voor alle bouwdelen zijn gebrekenlijsten met referentiebeelden beschikbaar, zodat er nauwelijks interpretatieverschillen tussen inspecteurs mogelijk zijn.

Een risicoanalyse van infrastructuur is meestal vooraf. Nagegaan wordt of een object nog aan de oorspronkelijke eisen voldoet, of de omstandigheden zoals toename verkeersbelasting niet zijn gewijzigd en of er andere aspecten zijn die van belang kunnen zijn bij het uitvoeren van een conditiemeting. De conditiemeting vindt daarna gericht op basis van de bevindingen uit de analyse op objectniveau plaats.

De wijze waarop in de infrastructuur met conditiemeting wordt omgegaan is feitelijk de basis van conditiemeting en de stevige onderbouwing past goed bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen zoals de invulling van prestatie-indicatoren in onderhoudscontracten.

Over de auteur

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767
Roel werkt mee aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van conditiemeten. Hij is rapporteur van NEN 2767 conditiemeting en bestuurslid van NVDO, waar hij meewerkt met nieuwe ontwikkelingen op dit vakgebied. Daarnaast is Roel technisch directeur bij adviesbureau Helix. Ook is Roel lid van Platform Inspectiebranche. Roel wil de kennis niet voor zichzelf houden, maar inbrengen naaar de markt.