NEN 2767 Conditiemeting: Leer meer over toepassingen

NEN 2767 Conditiemeting Gebouwde Omgeving is een objectieve inspectiemethode waarbij de conditie van bouw- en installatiedelen (infra en gebouwen) op basis van de aanwezige gebreken wordt vastgelegd. In trainingstrajecten is het belangrijk dat de inspecteur gebreken en veroudering leert te herkennen. Met de conditiebepaling alleen ben je er vaak niet. Er worden meer eisen aan de inspecteur gesteld. Het is wenselijk dat de inspecteur de beoordeling en de informatieverzameling in het veld afstemt op de informatiebehoefte van de klant. Hiervoor is inzicht in de toepassingen van de methodiek nodig.

Hieronder zijn de belangrijkste toepassingen van de methodiek uitgelicht.

1. Toestandsinspectie
Het primaire doel van conditiemeting is de vaststelling van de technische toestand van een bouw- of installatiedeel op basis van waargenomen gebreken/veroudering op het moment van de inspectie. Voor veel objecten is een dergelijke inspectie uitgevoerd. Meestal om in te schatten welke middelen nodig zijn om het object weer in een goede conditie te brengen. Voor infra zijn de verschillende vormen van inspecties goed omschreven o.a. in CUR 117. Op het moment dat objecten lang niet zijn geïnspecteerd en het gebruik van het object is veranderd (bijvoorbeeld een brug die veel intensiever wordt gebruikt) is een conditiemeting niet toereikend en is eerst een uitgebreide risicoanalyse nodig.

2. Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP)
De toepassing “onderbouwing meerjarenonderhoudsplanning” is in aantal toepassingen verreweg de grootste geworden. Voor meer dan een miljoen objecten (in hoofzaak gebouwen)  is de methode conditiemeting toegepast om te bepalen of onderhoudsactiviteiten op korte of lange termijn noodzakelijk zijn. De toepassing is sterk verbeterd doordat inspecteurs ook de risico’s van geconstateerde gebreken op basis van Bijlage D van de norm aangeven. Hoe je beleidsmatig met deze informatie omgaat is verwoord in NTA 8026. De verwachting is dat deze toepassing nog meer verbeterd als de NTA in 2018 wordt omgezet in een norm voor zowel gebouwen als infra toepassingen.

3. Prestatiecontract onderhoudAfbeelding Roel Warringa
De toepassing van conditiemeting om de kwaliteit van bouw- en installatiedelen in lange termijn onderhoudscontracten vast te leggen neemt toe. Eigenlijk is de methodiek niet voor deze toepassing ontwikkeld. Vaak zien we in contracten dat slechts een conditiewaarde, bijvoorbeeld conditie 3, als minimum waarde voor de kwaliteit wordt afgesproken. Dit is volstrekt ontoereikend. Het wordt al een stuk beter als ook de aspecten van  gebreken volgens bijlage D van de norm worden meegenomen. Je spreekt dan af, naast de te handhaven conditie, welke gebreken met welk risico wel of niet acceptabel zijn. De inspecteur moet weten welke aspecten moeten worden meegenomen tijdens de inspectie of audit. Er zijn reeds organisaties die een stapje verder gaan in de formulering van de gewenste kwaliteit in contracten. Bij het uitwerken van het nieuwe deel 2 database Bouwdelen en gebrekenlijsten wordt rekening gehouden met verbetering van deze toepassing.

4. Benchmark kwaliteit
Met de zogenaamde geaggregeerde conditie is een uitspraak te doen over de kwaliteit op object, complex of areaal niveau. Hierbij wordt, zoals in NEN 2767 verwoord, de conditie van bouw- of installatiedelen op basis van de vervangingswaarde door vertaald naar een gemiddelde conditie voor bijvoorbeeld een gebouwencomplex. De kwaliteit op basis van de conditiewaarde kan dan worden vergeleken met andere gebouwencomplexen. Ook wordt het hierbij mogelijk de kwaliteit te monitoren in de tijd om te zien om onderhoudsinvesteringen voldoende effect hebben gehad. Deze toepassing wordt momenteel in de NEN normcommissie verder ontwikkeld om bij de publicatie van het nieuwe deel 2 iets meer uitleg te kunnen geven. Aan de orde komen bijvoorbeeld de te hanteren vervangingswaardes van bouwdelen en de vraag in hoeverre alleen onderhoudsbehoevende bouwdelen in de aggregatie moeten worden meegenomen om voldoende differentiatie in de kwaliteitsontwikkeling te kunnen meten. Dit zijn vragen gebaseerd op de eerste ervaringen met benchmark op basis van conditiemeting door grote organisaties.

5. Integrale inspecties
In bijlage C van NEN 2767 is gesteld: “Een goed opgeleide inspecteur kan naast een technische inspectie aanvullende opnamen doen. Doel is de efficiëntie van de verschillende opnamen te verbeteren en de overlast voor de gebruikers van de objecten tot een minimum te beperken.”. Bij Rijkswaterstaat wordt de conditiebepaling reeds gecombineerd met het opnemen van de zogenaamde verzorgingsscore. Vanuit Het Rijksvastgoedbedrijf is de BOEI-methode ontwikkeld die al door veel vastgoedbeheerders is overgenomen. Voor woningcorporaties is ook een ontwikkeling ingezet waarbij conditiemetingen worden gecombineerd met andere inspecties zoals bijvoorbeeld de veiligheidsinspecties woninginstallaties volgens NTA 8025. De verwachting is dat de komende jaren de trend van integrale inspecties wordt doorgezet met nieuwe kansen voor goed opgeleide integrale inspecteurs die naast conditiemeting ook kennis hebben van de gevraagde aanvullende inspecties.

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767

Over de auteur

Roel Warringa - Commissielid en rapporteur NEN 2767
Roel werkt mee aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van conditiemeten. Hij is rapporteur van NEN 2767 conditiemeting en bestuurslid van NVDO, waar hij meewerkt met nieuwe ontwikkelingen op dit vakgebied. Daarnaast is Roel technisch directeur bij adviesbureau Helix. Ook is Roel lid van Platform Inspectiebranche. Roel wil de kennis niet voor zichzelf houden, maar inbrengen naaar de markt.